Historie van Rugby Football Club Haarlem
Rugbyclub Haarlem is meer dan 30 jaar geleden ontstaan door een fusie tussen de rugbyclubs Kinheim uit Haarlem en HBC uit Heemstede en was daarmee meteen de grootste rugbyclub van Nederland. Binnen de Nederlandse rugbywereld staat Rugbyclub Haarlem van oudsher bekend als gezellige club, waar tevens op het hoogste nivo wordt gespeeld. We zijn er dan ook enorm trots op dat we regelmatig spelers aan de nationale (jeugd) selectie leveren.
Lees vooral het onderstaande ooggetuigenverslag geschreven door Kees Rusman, 1 van de oprichters en stuwende krachten achter Rugbyclub Haarlem.

1979
Op een modderveld aan de Cruquiusweg in Heemstede strijden 15 zwaar bevuilde HBC-rugbyers om het kampioenschap van de 1e klasse. Dit trainingsveld van de voetbalclub HBC is één grote plas water en zand. Gras is er niet te zien.
Op een honkbalveld aan het Badmintonpad in Haarlem halen 15 vermoeide Kinheim-rugbyers de doelpalen van het veld. Zojuist hebben ze een wedstrijd gewonnen in de Promotieklasse, moeizaam maar toch. Op dit veld moet weer worden gehonkbald en dus moet het outfield ontruimd worden.
's Avonds treffen de voormannen van deze ambitieuze rugbyclubs elkaar toevallig en tijdens het rijkelijk vloeien van het gerstenat wordt er geconstateerd dat de handen maar eens in elkaar moeten worden geslagen.
Het is toch te gek dat er geen fatsoenlijke accommodatie zou zijn voor een Echte Mannen Sport die in deze jaren '70 haar vleugels over Nederland uitsloeg....
1980
Het is een hele uitdaging om twee clubs, met eigen gebruiken en verenigingscultuur, te bewegen om samen te gaan en hun sterke eigenschappen te bundelen. In dit geval zorgen ambities van spelers en besturen ervoor dat er door velen met een wellustige blik wordt gekeken naar de fusie-initiatieven, daarbij geholpen door een universele rugbycultuur die zeer bindend werkt. En in deze vochtige en intieme omstandigheden wordt er uiteindelijk een nieuwe rugbyclub verwekt.
Op 1 april 1980 komt het kind ter wereld: Rugby Football Club Haarlem.
Met de kleuren van de stad. Met een eigen accommodatie op het Van der Aartsportpark. Met een clubhuis dat groot genoeg is voor de 4 teams waar de club mee start. Met een veld waarop lichtwedstrijden kunnen worden gespeeld. Met een zeer sterk seniorenteam dat onmiddellijk naar de Ereklasse zal promoveren. Met een fantastische jeugdafdeling waar kundig wordt gewerkt aan de vorming van nieuwe rugbyers. Met een centrale rol in het district Noord-West.
Met een toekomst die garant kan staan voor rugbyplezier en voor de ontwikkeling van het rugby.
2009
Nu bijna 30 jaar later, kijken we terug op het eerste deel van die toekomst.
En tegelijkertijd kijken we uit naar de volgende fase van het Haarlemse rugby.
Met meer dan 150 spelende leden, waarvan de helft jeugdleden van 6 - 18 jaar kijken we vol vertrouwen uit naar de toekomst.
Verhalen uit de oude doos
Het kind groeit op...
De opening van het clubhuis was het eerste grote evenement. Een prachtig bord met de naam en het wapen van de club werd door het nieuwe bestuur aan de voorgevel van het clubhuis bevestigd.
Onder de bezielende leiding van Willem van Eck en Kees Rusman werden de krachten van de rugbyers van de twee verenigingen gebundeld. Wat een materiaal, en wat zonde dat een rugbyteam slechts uit 15 spelers bestaat. Zoveel keuze uit plotseling en opnieuw zeer gemotiveerde spelers. Elke dinsdag en donderdag trainen, onder leiding van routiniers als Johan Broers en Cees Eskes.
Donderdagavond dan de ultieme uitdaging: het maken van de opstelling van de 3 seniorenteams. Daartoe was er speciaal een zeer groot bord gemaakt met magneetstripjes waar de namen van de spelers op stonden. Dat was nodig omdat we over en weer nog niet alle namen kenden, en handig omdat we zo ook goed konden zien wie er verzuimden op de training te komen.
Zoveel mannelijke lijven misten hun uitwerking niet: ook de dames vonden het tijd worden om te gaan rugbyen. Het bestuur probeerde dat tegen te houden uit angst voor nog meer nieuwe rugby-concepties maar daar stak de NRB een stokje voor: discrimineren mag nou eenmaal niet. Dat de wat oudere bondsbonzen zich geen beeld konden vormen over de mogelijke gevolgen zegt veel over hun inschatting van de viriliteit van de gemiddelde Haarlemmer.
Jammer genoeg heeft het initiatief slechts kort geduurd. Jammer, want de trainingsavonden waren toch wel boeiender dan ooit daarvoor...
Fantastisch was de ontwikkeling van het jeugdrugby, waarbij de inzet en inspiratie van Rokus de Groot en zijn begeleidingsploeg een groot aandeel hadden in het succes. Een zeer goed spelend coltsteam dat in Nederland en daarbuiten furore maakte met onder andere het rugbyen zelf. Buitenlandse jeugdclubs en scholen die afkwamen op de reputatie van de Haarlemmers: sportief en inspirerend rugby en bijzondere ontvangsten in dat grote clubhuis.
Relevant ook was de zuigkracht die er van de accommodatie uitging naar het districts- en nationale team. Het trainen en spelen van deze teams op het Van der Aartsportpark betekende toch ook voor de Haarlemmers een inspiratiebron. Daarbij moeten we vooral denken aan de mogelijkheden die er dan zijn om als tegenstander te figureren - en als je te enthousiast verdedigde tegen een superster van het Nederlands team dan werd je door de bondscoach verzocht het wat kalmer aan te doen !
In het eerste jaar ging het dus geweldig met het rugby en uiteindelijk was er het kampioenschap en de promotie naar de ere-klasse. Om dat te vieren werd er natuurlijk ook getourd: met een man of 35 werd het clubhuis van Old Reigatians verkend en werden er prachtige wedstrijden gespeeld op Priory Lane.
Deelname aan het jaarlijkse Heineken Sevens toernooi was met zo'n sterk team een geweldige ervaring. Dat de tactiek van de voortdurende inzet van de winger - die zich dus een ongeluk moest sprinten - uiteindelijk niet lang genoeg werkte mocht de pret niet drukken.
En zo werd een eerste seizoen RugbyClub Haarlem afgesloten.
Met behoud en uitbouw van allerlei tradities zoals Mosselavond, Founders Trophy, Gouden Spons en Vriendentoernooi.
Een sportief én sociaal succes waar we met trots op terug kunnen kijken.
Kees Rusman